Voor wat, hoort wat?

In het dagelijks leven is wederkerigheid heel gewoon: ik doe iets voor jou, jij doet iets voor mij. We hoeven er geen moeilijke afspraken over te maken. Het is een onzichtbaar proces tussen mensen: Je krijgt iets en je geeft iets terug. Zeker als mensen een relatie hebben, wordt niet ieders inbreng op een goudschaaltje gewogen.

Het wordt echter wat anders als gemeenten over ‘wederkerigheid’ gaan spreken. Bijvoorbeeld in het kader van de Wmo. Je doet een beroep op de gemeente en de gemeente verwacht dat je iets terug doet. Dan wordt wederkerigheid ruilhandel, een economische relatie, een middel van de gemeente om te bezuinigen.

Mensen doen graag iets voor een ander. Onderzoekster Lilian Linders zag dat mensen elkaar graag helpen. Ze doen dingen voor elkaar, ook als ze er niets voor terug krijgen. Maar het wordt wat anders als wederkerigheid een afweging wordt in het keukentafelgesprek. Als ‘voor wat, hoort wat’ een voorwaarde wordt om ondersteuning te krijgen.

Ik maak me daarom zorgen over de Wmo-consulent die het wederkerigheidsdenken in het gesprek inbrengt. Voor mij hoort ‘wederkerigheid’ niet in het keukentafelgesprek. ‘Wederkerigheid’ moet je loskoppelen van vragen en behoeften. Ik vind niet dat de gemeente mag zeggen dat je alleen hulp krijgt als je iets terug doet. Daarmee doe je geen recht aan mensen. Door zo’n drempel onderschat de gemeente wat mensen al voor elkaar doen. Daarbij komt dat zo’n verplichting extra drempelverhogend is voor mensen die al het gevoel hebben weinig te kunnen geven. Het gevoel niets terug te kunnen doen wordt als falen ervaren en maakt dat mensen nog negatiever over zichzelf gaan denken.

Volgens MOVISIE vinden mensen met een beperking het plezierig als ze in een zorgrelatie iets terug kunnen doen. En als mensen in het gesprek zelf aangeven dat ze maatschappelijk actief willen worden en ze hebben daar hulp bij nodig, dan is dat is een serieuze vraag voor het keukentafelgesprek. Maar zo’n vraag roept een heel ander beeld op dan de verplichting om iets terug te doen voor de hulp die je van de gemeente krijgt.

Wederkerigheid kan goed zijn. Iets doen voor een ander is waardevol. Daarom zou het jammer zijn als we van wederkerigheid een puur economische overweging maken. Volgens mij moet wederkerigheid geen ruilhandel zonder relatie worden. Wat vind jij van het begrip ‘wederkerigheid’ in de Wmo?

Weblog van Petra van der Horst (Programma-manager Aandacht voor Iedereen)

Geef een antwoord